Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
EN

De jongens van Nickel en De Smekelingen

De boekenkast van Ronald Ockhuysen in de serie 'Uit de kast'

Aan huis gekluisterd door corona blijkt onze boekenkast een schatkamer en portaal naar nieuwe avonturen en inzichten. In deze rubriek delen de mensen achter SPUI25 een of meerdere titels uit hun kast die hen inspireren en die de quarantaine van kleur voorzien. Deze week kijken we in de kast van Ronald Ockhuysen, hoofdredacteur van Het Parool en presentator van Letteren Live.

De jongens van Nickel - Colston Whitehead

"Het is verleidelijk om de tijd op te poetsen met het lezen van gemiste klassiekers. Zo ligt Moby Dick van Herman Melville al lang op me te wachten, evenals De kartuize van Parma van Stendhal (jaja - een schande). Toch heb ik gegrepen naar een recent boek en sinds ik het heb gelezen, kan ik niets anders dan van de daken schreeuwen dat iedereen het moet kopen:  De jongens van Nickel van Colson Whitehead (Atlas Contact).

Een belangwekkend en aangrijpend boek, zeker nu de maatschappij op drift is en de discussie over bewust en onbewust racisme wereldwijd wordt gevoerd. Colson Whitehead (lees van hem ook De ondergrondse spoorweg) brengt zijn lezers naar het Florida van begin jaren zestig, waar hoofdpersoon Elwood wordt opgevoed door zijn grootmoeder, die hard moet werken als schoonmaakster in een hotel om aan hun kostje te komen. Zijn vader en moeder zijn als ontaarde ouders vroeg weggelopen uit Elwoods bestaan, dus de jongen en zijn oma staan er alleen voor.

Elwood is niet alleen eerlijk, intelligent, leergierig, en gehoorzaam, maar ook goed van vertrouwen. En die karaktereigenschappen zijn voor deze zwarte jongen geen bonus: wat volgt is een lange weg door de Amerikaanse maatschappij waarin burgerrechten voor de één (wit) zwaarder tellen dan voor de ander (zwart). Vrolijkstemmend is De Jongens van Nickel allerminst - het onrecht wordt allengs beklemmender -, maar aan het slot is de lezer er wel van overtuigd dat racisme zelfs de meest verlichte zielen tot wanhoop en razernij drijft.

De Smekelingen - Aeschylus

In dat licht is het ook fijn even terug te grijpen naar de Griekse Oudheid; ik lees sowieso graag toneelstukken (elk jaar Oedipus Rex herlezen!).  Het is verbijsterend om vast te stellen dat Aeschylus al in 423 voor Christus in De Smekelingen het leed beschreef van wat nu asielzoekers wordt genoemd. Het in Nederland weinig gespeelde toneelstuk gaat over de Atheense koning Theseus die ongewild in een conflict terechtkomt: voor de poorten van het nabijgelegen Thebe liggen de lijken van gesneuvelde soldaten uit het vijandelijke Argos. De moeders van de omgekomen zonen smeken Athene de lijken waardig te mogen begraven, maar de Atheners weigeren deze vrouwen binnen te laten.  De strijd spitst zich vervolgens toe op grote kwesties: de waarde van democratie, het nut van compassie en de brute kracht van nationalisme. Voor de lezer van nu dringt natuurlijk vooral de parallel met de problematiek van vluchtelingen in 2020 zich op: het gaat hier om barmhartigheid jegens mensen die smeken een vrij land binnen te mogen omdat het geluk in hun eigen land onvindbaar is. Wat gaat Theseus uiteindelijk beslissen?