Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
EN

Brief #6

Brief Yael van der Wouden in de serie 'Innig ben ik binnen'

Lieve inhuizige,

Ik denk dat ik een jaar of negen was, toen het begon met de buikpijnen. Op het slaapfeestje van Nuri in Jaffa. Het was een ‘jongens-én-meisjesfeestje’, allemaal in slaapzakken gerold in een kamer vol kussens. Rond een uur of zeven begonnen we met never-have-I-ever en promoveerden voor achten naar spin-the-bottle. Wannabe van de Spice Girls werd gedraaid. Daarna: 2 Become 1.

Roni en Yonatan moesten van het spel elkaar op de mond kussen. Dat deden ze ook, voorzichtig, en iedereen maar gillen. Ik kreeg gelijk last van krampen. In de keuken belde ik mijn moeder en zij – een overtuigde aanhanger van de Feldenkrais-methode – leidde mij door een serie van ademhalingsoefeningen. 

Het hielp niet. Ik hing op, ging in een van de gastkamers op een yogamatras liggen en luisterde naar Nuri en Shira die op de gang een gesprek hadden over of je wel of niet melk moest gebruiken bij het maken van een omelet. Mijn buikwanden probeerde zich een weg naar buiten te banen en ik dacht dat ik doodging. Ik deed wat mijn moeder zei: stelde mij een lichtje voor dat langzaam door mijn lichaam bewoog, teentje voor teentje, knokkel voor knokkel. Knie, navel, onderarm.

Het waren zenuwen, bleek uiteindelijk. Gewoon your garden-variety. In mijn tienerjaren, en vooral nadat we naar Nederland verhuisden, was buikpijn een constante, een neuriënd achtergrondgeluid. Ik moest naar school? Buikpijn. Wiskunde? Buikpijn. Omkleden in de kleedkamers? Buikpijn.

Het werd erger als iemand dichtbij kwam – caviapaniek bij het zien van benen bij de kooi. Een keer moest ik tijdens gym judo-worstelen met een jongen op wie ik heftig verliefd was. Hij won, ging  vervolgens triomfantelijk op me zitten. Ik kon de rest van de dag niet ademen, niet eten. Een keer hebben twee meisjes mij schreeuwend van de fiets afgetrapt onderweg naar school. Ik heb toen over moeten geven, in de bosjes.

Tijdens mijn eerste date ooit gingen we naar de film, X-Men II. We waren 14, zoiets. Hij legde zijn hand op mijn knie, vervolgens op mijn dij en kuste toen mijn nek. Ik schreeuw-fluisterde: ‘Wat doe je?’ Hij zei: ‘Ik weet het niet’, alsof hij het ook maar per ongeluk deed. Ik voelde zijn adem op me en begon te trillen. Hij vroeg of ik oké was. Ik was niet oké. Ik ging naar de wc en sloot mezelf op met mijn paniekaanval. De film liep af zonder mij. Ik wachtte hem buiten op. Toen we na alles doei zeiden op het station was hij sacherijnig, voelde zich afgewezen. Een week later stuurde hij een berichtje op MSN: ‘Ik heb een vriendinnetje nu, ze is 16 & we hebben al seks gehad. Haha.’

Ik krijg nog steeds buikpijn als X-Men II op tv komt. Wat was het dat Alma zei, over aanrakingen geoogst, opgeslagen? ‘Iedere omhelzing zit in mijn herinnering en kan ik oproepen.’ Vreemd, wat naar boven komt. Wat er na het leeglopen achterblijft.

Ik ben recent weer begonnen met yoga: Yoga with Adrienne op YouTube. Ik ben verliefd op Adrienne, zoals iedereen dat is. In week drie van de quarantaine zei Adrienne in een van haar video’s: ‘Omhels jezelf’, en ik deed dat en begon toen te huilen. Thomas, in zijn brief, had het over de angst die er soms is, dat we enkel ons brein zijn. Ik begrijp het en tegelijkertijd is mijn eerste reactie iets van – oh, geef me dat. Een klein beetje dat. Ik ben alleen maar lichaam, denk ik soms: een vreemd gevormde rauwe zenuw – en elke aanraking is deels pijn, deels verlangen. Zelfs mijn eigen. Zelfs de afwezigheid ervan. 

Toen ik mijn zusje voor het eerst weer mocht omhelzen moest ik ook huilen. Misschien is dit de nieuwe norm, voor mij: geen paniek of buikpijn bij intimiteit maar gewoon wenen. Mijn moeder huilt ook tijdens Skype. Ze grijpt naar de camera alsof ze me zou kunnen vastpakken en huilt. We huilen met z’n allen, nu, lijkt het, en ik mag eventjes in een wereld leven waar ieders relatie tot aanraking ineens veel meer lijkt op de mijne: ongereguleerd, een volumeknop die het niet meer zo goed doet. Die soms te zachtjes uitzendt om het te kunnen horen en dan ineens alles overschreeuwt. Schril, iedereen in de kamer met de handen over de oren.

Toen ik een jaar of twintig was heb ik een operatie gehad aan de rechterkant van mijn borst. Ze hebben per ongeluk een zenuw geraakt. Ik heb nu een stukje huid zonder gevoel: één vierkante centimeter, niet veel. Soms, als ik me verveel of stil zit of nog niet zo lang wakker ben, loop ik met mijn vingers langs de grenzen van waar het gevoel er is, waar het wegvalt. Gek, dat verdoofd niemandsland, een kort pad waar het lichaam en het brein elkaar zijn verloren. Zo oefen ik in gewenning – een soort ochtendgymnastiek voor de overgevoelige mens. Ik dip in en uit het kunnen voelen van mijn eigen aanraking en vraag mijzelf het volgende: zal ik ooit zo rustig kunnen blijven onder de vingers van iemand anders? Straks, als dit allemaal voorbij is? Is dit hoe mijn huid dan voor een ander zal aanvoelen? Is dit hoe warm ik zal zijn, hoe zacht?

Is het te vroeg om aan straks te denken, inhuizige? Aan de eerste aanraking van erna? Waar zal je het eerst naar reiken, als de deuren weer opengaan?

Wat mist je lichaam het meest?

Liefs,

Yael

Over Yael van der Wouden

Yael van der Wouden schrijft en geeft les aan de Universiteit van Maastricht en doceert storytelling en creative writing in Utrecht en Rotterdam. Haar essays en korte verhalen zijn hier te lezen en haar David Attenborough-adviescolumn, ‘Dear David’, is hier te lezen. Zij werkt op dit moment aan een roman over hoe ieder mens anders liefheeft. 

© Mascha Jansen