Een cochleair implantaat (CI) is een elektronisch implantaat dat geluid omzet in elektrische pulsen die de gehoorzenuw direct stimuleren. Veel dove kinderen krijgen tegenwoordig een CI, en dat op steeds jongere leeftijd. Een CI maakt het voor dove kinderen mogelijk omgevingsgeluiden en spraak waar te kunnen nemen. Ook al is de akoestische informatie die doorgegeven wordt door het CI betrekkelijk beperkt in vergelijking met het normale oor, toch maakt de huidige generatie CI's het voor veel dove kinderen mogelijk om bijvoorbeeld muziek te beluisteren en een gesproken taal te leren. De variatie in uitkomsten tussen kinderen is echter erg groot.
Met de opkomst en het succes van het CI is er opnieuw discussie ontstaan over de rol van een gebarentaal in het onderwijs aan dove kinderen. Hebben kinderen met een CI nog wel gebarentaalvaardigheid nodig? Kan het aanbieden van gebaren aan kinderen met een CI hun gesproken taalontwikkeling afremmen? Dit promotie-onderzoek laat zien dat het aanbieden van gebaren geen negatief effect hoeft te hebben op de ontwikkeling van spraakwaarneming bij kinderen met een CI. Verder dragen vroege diagnose en implantatie bij aan een goede ontwikkeling van zowel de gesproken taal als de gebarentaal.
Marcel wordt ingeleid door zijn begeleider prof. dr. A.E. (Anne) Baker.