Ewa Lipska, (Krakow -Polen 1945) studeerde schilderkunst aan de Academie voor Schone Kunsten in Krakow. Van 1970 tot 1980 werkte Lipska als redacteur bij de Krakowse uitgeverij Wydawnictwo Literackie en later enige jaren als redacteur van het literaire tijdschift ‘Pismo'. Lipska behoort in Polen tot de belangrijkste dichters van haar generatie.
Van 1991 tot 1997 woonde Lipska in Wenen waar ze onderdirecteur was van het Poolse Kultuurhuis.
In 1967 debuteerde ze met de bundel Wiersze (Gedichten) en tot 1978 publiceerde ze vervolgens de Drugi zbior wierszy (De tweede gedichtenbundel) tot en met Piaty zbior wierszy (De vijfde gedichtenbundel). In totaal kwamen ruim twintig poëziebundels en enkele verzamelbundels van haar uit. In 2009 publiceerde ze haar eerste roman getiteld Sefer. Haar laatste dichterbundel Pomaranca Newtona (De sinaasappel van Newton) verscheen in 2008. Haar werk werd bekroond met verscheidene literaire prijzen.
Werk van Lipska verscheen in een vijftiental talen, o.a. in het Engels, Duits, Frans, Spaans, Zweeds en Hebreeuws. In Nederland verschenen twee gedichtenbundels van haar; Mensen voor beginners (De Geus 2000) en Splinter (De Geus 2007).
Hoewel Lipska wel eens geschaard wordt bij de groep De nieuwe golf van de zeventiger jaren, wil ze daar zelf niets van weten. Ze opereert liever als een autonoom auteur. Vanwege haar door de jaren heen steeds groeiende wantrouwen tegen de taal die haar dagelijks omringt, voor haar de taal van de leugen, het masker, ontwikkelde Lipska een omgekeerde taal die confronterend en vaak onheilspellend is. Haar gedichten zijn helder en met weinig woorden schept ze op licht ironische wijze haar eigen werkelijkheid, die de lezer meestal niet vrolijk stemt. Gefascineerd door het gedrag van de mens ontdoet ze woorden van hun valse betekenis en bewijst ze dat wij ten slotte slechts ‘mensen voor beginners' blijven.