Spannend, nuttig, ongenaakbaar. De dominante betawetenschappen en hun culturele context

Een programma van jongerenredactie SPUI25 in Spe

30mei2016 20.00 - 21.30

Lezing

We stoppen vrijwel zonder morren miljarden in een Zwitserse tunnel op jacht naar elementaire deeltjes, en nog veel grotere bedragen in biomedisch onderzoek. Intussen voeren geesteswetenschappers oeverloze gesprekken over hoe ze hun werk kunnen ‘valoriseren’. De kloof tussen alfa en bèta lijkt groter dan ooit. Maar staan de dominante bètawetenschappen wel zo ver af van cultureel-maatschappelijke invloeden als we denken? Is bèta niet net zozeer ‘cultuur’ als alfa? Jongerenredactie SPUI25 in Spe probeert de kloof te slechten.

In 1959 munte C.P. Snow het begrip ‘two cultures’: hij merkte op dat enerzijds exacte wetenschappers en anderzijds ‘intellectuelen’ als schrijvers, geesteswetenschappers en filosofen elkaar niet meer leken te begrijpen. Snow hekelde deze valse scheiding der geesten met kwalijke maatschappelijke gevolgen.

Ruim 50 jaar later hangt ieders wereld meer van technologie aan elkaar dan ooit. Ook nu verwachten we voorspoed door kennis en techniek, zowel in economisch als maatschappelijk opzicht. Mede hierom staan vooral de exacte wetenschappen in een positief daglicht. Veel meer dan vroeger kiezen scholieren voor een exact pakket, aangespoord door campagnes van de overheid en het bedrijfsleven. Populairwetenschappelijke boeken en tijdschriften zijn niet aan te slepen. Maar om nou te zeggen dat de twee culturen elkaar werkelijk beter zijn gaan begrijpen? Door toenemende specialisatie aan beide kanten is eerder het omgekeerde het geval.

Maar zijn de betawetenschappen zelf niet onderdeel van cultuur? Op 30 mei poogt SPUI25 in Spe het onderschatte belang van de culturele inbedding van exacte wetenschap te belichten. Die ‘exacte’ wetenschap, namelijk, wordt vaak voorgesteld als een bezigheid die de wereld onderzoekt zoals zij is, een activiteit die los staat van maatschappelijke invloeden. De werkelijkheid is, als altijd, complexer. Was de natuurkunde de afgelopen decennia zo tot bloei gekomen en dominant (sommigen zeggen: arrogant) geworden, als er geen wapenwedloop was geweest? In hoeverre is de interpretatie en ontwikkeling van de quantummechanica gekleurd door de culturele modes bij haar grondleggers? Hoe belangrijk is de verbeeldingskracht van science fiction-auteurs voor het werk van wetenschappers en ingenieurs? Dit soort vragen komen aan bod bij het nieuwste programma van SPUI25 in Spe.

Over de sprekers

David Baneke is wetenschapshistoricus aan de Universiteit Utrecht en auteur van onder meer Syntethisch denken - Natuurwetenschappers over hun rol in een moderne maatschappij, 1900-1940.

George van Hal is wetenschapsjournalist bij de New Scientist Nederland en auteur van Robots, Aliens en Popcorn - wetenschap op het witte doek.

Juliette Walma van der Molen is hoogleraar Science Education and Talent Development aan de Universiteit Twente.

Sander Bais is emeritus hoogleraar natuurkunde aan de Universiteit van Amsterdam en auteur van onder meer Keerpunten - momenten van waarheid in de natuurwetenschap.

André Klukhuhn is scheikundige en filosoof en voormalig directeur van Studium Generale Utrecht. Hij is auteur van onder meer De algehele geschiedenis van het denken, of het verbond tussen filosofie, wetenschap, kunst en godsdienst.

Gepubliceerd door  Spui25